
Het begon op een doodgewone dinsdag. Henny had zijn posttas gevuld. Een brief voor Thea. Twee kaarten voor Pepermans. Een klein pakketje voor Jasper. En drie ansichtkaarten waarvan hij de adressen nog even moest controleren.
Hij liep vrolijk naar de brievenbus van Het Grote Bos. Maar toen hij de klep wilde openen… Ging hij niet open. Henny trok nog eens. Niets. Hij duwde. Niets. Hij trok met beide poten. Nog steeds niets.
“Kom op,” mompelde hij. De brievenbus zweeg. “Ik heb vandaag geen tijd voor grapjes.” Nog steeds niets. Toen kwam Jasper aan gehupt. “Wat doe je?” “Mijn werk.” “Je trekt aan een brievenbus.” “Dat is vandaag mijn werk.” Jasper keek eens goed. “Misschien zit hij vol.” “Nee.” “Misschien zit er iets tussen.” “Nee.” “Misschien is hij boos.”
Henny keek hem aan. “Een brievenbus kan niet boos zijn.” Op dat moment kwam Bennie aangevlogen. “Wat kan niet boos zijn?” “De brievenbus.”
Bennie landde op het paaltje. “Waarom zou hij boos zijn?” “Omdat hij niet open wil.” Bennie bekeek het slot. “Ik denk dat hij kapot is.” “Dat denk ik ook.”
Bennie pakte zijn troffel. “Dan maak ik hem.” Henny keek bezorgd. “Met je troffel?” “Daarvoor heb ik hem.” Na een paar minuten sleutelen, tikken en voorzichtig porren zat Bennie onder de brievenbus. Jasper hield toezicht. Dat vond hij zelf tenminste.
“Misschien moet je links duwen.” “Ik duw al links.” “Dan rechts.” “Dat heb ik ook al geprobeerd.” “Harder.” “Nee.” “Zachter.” “Bennie…” “Ja?” “Misschien moeten we iemand vragen die er verstand van heeft.”
Op dat moment vloog Pien voorbij. Ze keek naar de drie vrienden. Henny met zijn posttas. Bennie met zijn troffel. Jasper met een zeer serieuze uitdrukking.
“Wat is hier aan de hand?” “De brievenbus doet niets,” zei Henny.
Pien liep naar de brievenbus. Ze keek ernaar. Toen keek ze naar Henny. “Heb je hem wel op slot gezet?” Henny keek verbaasd. “Nee.” Pien pakte de klep vast. Ze duwde hem een klein stukje omhoog. Klik. De klep sprong open. Iedereen zweeg.
Jasper keek naar Henny. Henny keek naar Bennie. Bennie keek naar zijn troffel. “Dat…” zei Bennie langzaam, “was natuurlijk precies wat ik wilde bereiken.”
Pien begon te lachen. Henny ook. Zelfs Jasper kon zijn gezicht niet meer in de plooi houden. Bennie stopte zijn troffel weer weg. “Goed.” Hij keek naar de brievenbus. “Probleem opgelost.”
Henny stopte zijn post in de bus. Daarna keek hij naar Bennie. “Bedankt.” “Geen probleem.” “En Bennie?” “Ja?” “Je weet dat je niets hebt gedaan?” Bennie knikte ernstig. “Dat is soms ook vakmanschap.”
En vanaf die dag hing er een klein briefje aan de brievenbus van Het Grote Bos: Niet kapot. Gewoon even geen zin. Niemand wist wie het had opgehangen. Maar iedereen wist dat Bennie er iets mee te maken had.
© 2026 Melanie Duijf – De Wereld van Henny de Spin
Alle verhalen, teksten, personages en illustraties zijn auteursrechtelijk beschermd. Gebruik of verspreiding is niet toegestaan zonder voorafgaande toestemming.
